Een huisdier erbij adopteren (of aanschaffen) (#samenvoordieren)

Als dierenvriend kijk je hopelijk eerst in een asiel op bij een opvang als je de ruimte, tijd en financiën in je leven hebt om een dier aan te schaffen. Maar hoe zit dit als je al huisdieren hebt? Waar moet je op letten? Waar moet je rekening mee houden, en wat maakt de slagingskans groot? Helaas kan er veel misgaan als je dit niet goed overdenkt én begeleid, ik geef je graag wat tips en overwegingen mee die kunnen helpen.

Schaf nooit op impuls een dier aan

Impuls en medelijden zijn slechte raadgevers, een zielig verhaal op sociale media of een zielig diertje dat je tijdens een vakantie tegenkomt direct adopteren of aanschaffen eindigt vaak in ellende. Waarschijnlijk is er een goede reden dat je tot dat moment een bepaald aantal dieren (of diersoorten) in huis hebt en is er hopelijk een fijne balans tussen hen. Een dier erbij zal deze balans zeker verstoren, dat kan uiteindelijk weer goed komen, maar is geen garantie en moet goed overwogen worden om zo’n groot mogelijke slagingskans te hebben.

Houd het bij één diersoort

De meeste diersoorten die wij als huisdier houden, zijn sociale soorten. Over katten werd lang gezegd dat dit solitaire (=alleen levende) dieren zijn, maar met de huidige inzichten weten wij dat katten wel degelijk sociale dieren zijn en de meeste katten een soortgenoot op prijs stellen. Een sociaal dier heeft vooral behoefte aan een soortgenoot. Gezelschap van een andere soort wordt soms ook gewaardeerd worden maar laat qua communicatie en interactie vaak veel te wensen over. Dieren van één diersoort spreken dezelfde “taal” en snappen elkaars gedrag en lichaamstaal beter dan tussen verschillende diersoorten. Een goed voorbeeld hiervan is het op-de-rug liggen bij honden en katten; een hond doet dit als hij zich onderdanig of kwetsbaar opstelt naar een soortgenoot en zegt hiermee “ik vertrouw je, en ik toon je mijn kwetsbare delen en die je mag je inspecteren”. Als een kat op zijn of haar rug gaat liggen is dat meestal omdat ze zich juist ernstig bedreigd voelen; de kwetsbare delen (nek en rug) worden beschermd en alle wapens (bek en vier poten) zijn juist in de aanslag voor de aanval. Dezelfde lichaamshouding, met bijna een volledig andere betekenis. Dan is het dus een klein wonder dat katten en honden soms met elkaar overweg kunnen, en meestal is één van de twee dan “tweetalig” en snapt dat dit een andere soort is, die anders begrepen dient te worden dan zijn eigen soort.

Wat veel mensen zich ook niet realiseren bij katten, is dat het zowel roofdieren als prooidieren zijn. Naar vogels, konijnen en knaagdieren toe, zullen katten instinctief in hun roofgedrag kunnen komen met alle gevolgen van dien. Maar naar honden toe, zullen de meeste katten zich juist als prooidier gedragen, zeker als de hond hen opzoekt of opjaagt.

Leeftijdsfase en geslacht

Een jong en speels dier heeft meer aan een speelse soortgenoot, en een ouder dier dat het graag rustig aan doet, zal meer trekken naar een dier dat ook rustig is. Grofweg kan je dieren indelen in jong, middelbaar en oud of senior, de kans dat het klikt en goed gaat is het grootst met een soortgenoot erbij die in dezelfde levensfase zit. Als jouw volwassen (of senior) hond altijd wil spelen met elke jonge hond en hier dol op is, kan juist een jonger dier voor hem of haar geschikt zijn, maar dit is meer de uitzondering dan de regel. Jij kent jouw dier en zijn of haar voorkeuren en behoeftes het beste, dus houdt hier rekening mee als je een dier erbij overweegt.

Een andere vuistregel is dat het vaker goed gaat als het nieuwe dier het andere geslacht heeft. Hiërarchie en competitie is vaak sterker tussen dieren van hetzelfde geslacht, dus hiermee kan je ook toekomstige conflicten voorkomen. Als jouw dier juist vaker goed kan opschieten met zijn eigen geslacht, dan is dat de betere keuze.

Introductie aan het nieuwe dier

Bij honden is de kans dat het bij de kennismaking goed gaat het grootst als dit op een neutraal terrein gebeurt. Dus niet in jouw huis, maar ook in het park dat jouw hond al goed kent en waar meerdere evt. hondenvrienden aanwezig zijn. Een kat erbij moet ook met beleid gebeuren, laat de nieuwe kat eerst aan de nieuwe omgeving wennen door een deel van je huis voor hem of haar open te stellen zonder dat de kat die je al had erbij kan. Ze kunnen elkaar dan wel ruiken en horen, en vanuit daar kan je de dieren geleidelijk aan elkaar laten wennen en zorg bij de fysieke introductie ook dat er genoeg vlucht- en terugtrek mogelijkheden zijn. Hoe minder jij je met de kennismaking bemoeit, hoe beter de dieren dit onderling kunnen regelen, uiteraard moet je wel ingrijpen als de dieren elkaar aanvliegen en verwonden. De kennismaking tussen konijnen gaat er helemaal gewelddadig aan toe, dat daar de plukken haar in het rond vliegen is meer regel dan uitzondering, gelukkig kunnen de meeste asielen en opvangen je daar goed mee helpen en hebben ze vaak aparte ruimtes voor. Hier kan je een paar dingen goed doen, en vooral heel veel dingen fout. Twijfel over de beste manier? Vraag dit dan bij een opvang of asiel of benader een gedragsdeskundige voor advies en begeleiding!

Plan B

Wat doe je als het niet klikt? Zorg voor een plan B! Een nieuw dier in jouw leven zal de balans veranderen, te beginnen dat het dier dat jij al had jouw aandacht en affectie nu moet delen, en er verandert uiteraard nog veel meer. We spreken niet voor niets over “gewoontedieren”, de meeste dieren zijn dit ook. Het is heel normaal voor dieren om een verandering of een nieuwe situatie in eerste instantie af te wijzen, het is onbekend en brengt risico’s met zich mee. Verwacht dus niet dat er meteen een klik is tussen de dieren en houd rekening met afwijzend gedrag van het dier dat je al had of van beide dieren zelfs. Als deze situatie met een paar dagen stabiliseert en elke dag een klein beetje verbetering laat zien, dan ben je op de goede weg en zal het hopelijk verder groeien. Wordt de situatie alleen maar slechter? Dan moet je een plan B hebben. Bij een asiel of opvang kan je een dier vaak terugbrengen als het niet werkt. Dat wil niemand natuurlijk, maar als jouw leven en het leven van jouw dier er ellendig van wordt, dan is het fijn als je de beslissing terug kan draaien. Bij een dier van een fokker of uit het buitenland is het terugbrengen een stuk lastiger, deze dieren eindigen dan vaak in het asiel… Niet elk dier kan zich aan elke situatie aanpassen en door dit dan wel op te dringen aan deze dieren, zal dit leed en ellende geven, bij de dieren en bij de baasjes.

Vele uitzonderingen

Gelukkig gaat de introductie van een nieuw dier ook vaak goed, zelfs als baasjes meer fout dan goed doen! Ook tussen verschillende diersoorten kunnen mooie vriendschappen ontstaan, wat erg bijzonder is, als je je realiseert dat in ieder geval één van beide dieren dus de taal van de ander snapt én spreekt.

Als je een ingrijpende verandering tot een succes wilt brengen, moet je goed beslagen ten ijs komen vind ik. Maar voordat je dit beslist, vraag jezelf eerst af of jij en je dier(en) niet al compleet zijn, en realiseer je dat je de rust en balans in ieder geval voor een periode flink verstoord wordt.

Deze artikelen zijn geschreven door Piet voor het dierenmagazine #samenvoordieren van Stichting DierenLot, via deze link zijn de #samenvoordieren magazines te lezen.